(interview is van 2005)

Bram is lid van de Twellose vereniging Steeds Verder. Deze actieve club behoort tot de sterkste van de Kring Apeldoorn en Regio 2 van de GOU (afd 8). Ook heeft Steeds Verder een eigen website waarop veel wetenswaardigheden te zien en lezen zijn. In onderstaand vraaggesprek, dat ook te lezen is op de site van P.V. Steeds Verder, kunt u lezen hoe Bram de duivensport beleeft.

 

Sinds wanneer ben je lid van Steeds Verder?

Vanaf mijn verhuizing naar Twello in 2002 

 

Op welke manier ben je met de duivensport in aanraking gekomen? 

Op 14-jarige leeftijd kreeg ik van een buurjongen 2 jonge pauwstaarten. Van een sinaasappelkist werd een hokje gemaakt en met een stuk gaas ervoor werd dit in het prieeltje in de tuin geplaatst. Ik vond het verzorgen van de duiven geweldig, maar die pauwstaarten waren mij te veel dakzitters. Een duivenmelker in de buurt nodigde mij uit om eens op zijn hok te komen kijken. Ik was geheel onder de indruk, vond echte postduiven veel mooier en was verkocht … kreeg 2 eitjes mee die onder de pauwstaarten werden gelegd en daar kwamen dus echte postduiven uit. Ras Janssen A (zei die). Later kreeg ik er van de naburige melker nog een jonge duif, een blauwband duivinnetje, die volgens zijn smaak wat ‘te hoog op de poten stond’. Voor mij als beginnend melker geen enkel probleem zo’n ‘steltenloper’. Er werd achter in de tuin een echt hok getimmerd met ren, geheel verkeerd op het noorden waar geen spat zon in kwam en pal onder een knoert van een appelboom. Maar - no problem. Het hoog-op-de-poten duivinnetje werd het jaar erop gekoppeld aan een zwarte ‘Horemans-doffer’ , gekregen van de zoon van de conciërge van mijn school. Ik kweekte er 2 jongen uit: een lichtkras, de 951 wat een doffertje bleek te zijn en de 952 een donker duivinnetje. Het was inmiddels 1966 en op de jonge duivenvluchten gingen ze voor het eerst mee, nadat ik ze op de fiets vanuit Apeldoorn al heel wat keren weggebracht had, tot aan Beekbergen toe. Het was het eerste jaar dat ik, na toegelaten te zijn door de ballotagecommissie - als 14-jarig knaapje riep deze toelating op zich al een zeker gevoel van prestatie bij mij op- als lid van de plaatselijke vereniging ‘De Luchtbode’ meespeelde met de jonge duiven. Het werd voor mij als beginnend liefhebber een groot succes. Ik heb de uitslagen van dat eerst jaar nog steeds bewaard. Vlucht 1: Roosendaal 5 mee, 2 prijs. Vlucht 2: Duffel 4 mee, 3 prijs waaronder de 951 en 952. Vlucht 3: Neufvilles 4 mee, 1 prijs: de 951. Vlucht 4: Mons 3 mee, 2 prijs waaronder de eerste van de vereniging met de 952. Vlucht 5: Noyon 5 mee, 1 prijs - weer de 951 en als klap op de vuurpijl de laatste vlucht Creil: 2 mee en opnieuw de eerste prijs, nu met de 952. Het resulteerde in een 2e kampioenschap jonge duiven tussen de grote mannen. Na enkele jaren moesten door studie, verkering, trouwen, loopbaan, enz. andere prioriteiten gesteld worden, en werd gestopt met de duivensport. Maar na verhuizing vanuit Apeldoorn naar Twello heb ik de draad weer opgepakt en ben in 2002 na ruim 20 jaar ‘rust’ weer actief met de duivenhobby bezig. 

 

Ben je erg gedreven of is de sport meer hobby voor je?

Ik ben behoorlijk gedreven en wil graag in de top van de uitslag er bij zijn. Gezonde concurrentie - en daaraan hebben we bij ‘Steeds Verder’ gelukkig geen gebrek - is voor mij een enorme stimulans.

Bram bij het duivenhok (1)

Bram bij het duivenhok (1)

 

Hoe groot zijn de hokken? 

Ik heb de beschikking over een hoekhok van in totaal 13 strekkende meter, verdeeld over 5 afdelingen, die alle voorzien zijn van vloerverwarming. Vorig jaar zijn voor het totale hok rennen aangebracht, zodat de duiven bij goed weer steeds in de buitenlucht kunnen zijn. Voor de jonge duiven is dit een groot voordeel, maar ook de weduwduivinnen en kwekers kunnen op deze manier zon en frisse lucht genoeg krijgen. Een ander voordeel is dat de duiven nu kunnen baden, minstens één keer per week, en de binnenhokken droog blijven. Afgelopen winter heb ik de kap nog wat laten veranderen om te voorkomen dat de lucht neerslaat en een beter schoorsteeneffect te krijgen. 

 

Aantal duiven in de winter? 

In de winter houd ik plusminus 70 duiven aan. 

 

Aantal gekweekte jonge duiven? 

Ik kweek dit jaar maximaal 60 jonge duiven. Eigenlijk is dit zo’n 10 te veel, maar omdat ik nog in de opbouwfase zit wil ik van zoveel mogelijk duiven die al redelijk tot goed gepresteerd of gekweekt hebben zo veel mogelijk jongen te kweken. 

 

Worden de jongen verduisterd, welk systeem volg je? 

De jongen worden vanaf half april tot de tweede week van juni verduisterd van 18.30 – 7.30 uur. Ik probeer hier zoveel mogelijk een vast schema in aan te houden, maar in verband met mijn werk lukt dit niet altijd. 

 

Droge mest of krabben (hoe vaak)? 

De weduwnaarshokken worden minimaal 1 x per dag schoongemaakt en bij de jongen volg ik de droge mest methode met vanaf het spenen (erwten)stro op de vloer. De hokken van de kwekers maak ik onregelmatig schoon, maar deze zijn vanwege de vloerverwarming altijd kurkdroog. 

 

Spelsoort (nest, weduwschap…) met de ouden en favoriete afstanden? 

Vorig jaar heb ik dubbel weduwschap gespeeld, maar dat spelsysteem vereist een regelmaat en discipline, waar ik met nogal eens onregelmatige werktijden, niet consequent de hand aan kan houden. Vooral het strakke voeren en regelmatig laten trainen van de duivinnen is een voorwaarde. Daarom speel ik in 2005 alleen weduwschap met de doffers en op de natour de duivinnen op nest. Alhoewel ik zoveel mogelijk aan alle oude en jonge duivenvluchten wil meedoen, met uitzondering van de overnacht fond, wil ik me vooral gaan toeleggen op de midfond en dagfond vluchten. Voor de vitesse moet je je duiven heel scherp hebben, dat is vaak secondenwerk en dat gaat me te snel. Vorig jaar heb ik op de verdere midfond en dagfond enkele mooie uitslagen gemaakt en wellicht hanteer ik een voermethode die beter bij die onderdelen past.

 

Soort duiven? 

De duiven komen voor 90% van het hok van Jan de Ruiter. De best presterende duiven van vorig jaar zijn van de Meulemans, Vervoort en Janssen A origine. Met name uit de ‘Witstaart’ van Jan de Ruiter (een zuivere Meulemans-doffer) zitten enkele nakomelingen die het op de dagfond goed doen. 

 

Wordt regelmatig naar hokversterking uitgekeken (zo ja, waar hoe wat en waarom)? 

Ik ben nog aan het opbouwen en wil eerst met het bestaande materiaal via strenge selectie tot goede prestaties komen. Via samenkweek probeer ik af en toe wel uit of er geslaagde kruisingen lukken. Ik ben geen voorstander om van deze en gene duiven bij te halen, omdat m.i. elk hok zijn eigen milieu kent en het milieu op eigen hok hierdoor ernstig verstoord kan worden. Elk hok kent volgens mij zijn eigen bacteriële en virale resistentie en het duurt enige tijd voordat duiven uit een ‘vreemd’ milieu zich hebben aangepast. 

 

Op welke manier voert je de oude duiven? Opvoeren, zuivering, volle bak, enz. Hoe voert je op de inkorfdag op vitesse/midfond/dagfond? 

De weduwnaars voer ik niet op. Deze krijgen 2 x per dag volle bak, die na 10 minuten wordt weggehaald. Na het voeren krijgen de weduwnaars in hun bak een snufje snoepzaad en ter voorbereiding van de dagfond nog wat extra vette zaden. Ze zijn hier dol op, versterken de band met de melker en maken ze absoluut bakvast, wat een voorwaarde is voor goed prestaties.

Bram bij het duivenhok (2)

Bram bij het duivenhok (2)

 

Op welke manier voer je de jonge duiven? Welk soort voer, hoeveel voerbeurten? 

De jonge duiven krijgen tot een maand na het spenen kweekmengeling en daarna lichte mengeling voor jonge duiven. Ook hier wordt het volle-bak-systeem gevolgd. 

 

Medicijngebruik, medische begeleiding? 

Drie keer per jaar krijgen de duiven een geelkuur (ronidazole 10%). De oude duiven als ze zitten te broeden; de jongen een week nadat ze gespeend zijn een week voordat de natour begint. Verder als ik merk dat een duif er niet strak bij zit en de kelen rood zijn, krijgen ze individueel een geelcapsule of magixtablet. In het najaar, na de ergste rui krijgen alle duiven een preventieve kuur tegen parathyfus van minimaal 15 dagen. Tegen ornithose wordt bij de jonge duiven niet meer gekuurd. Ornithose-achtige problemen liggen m.i. aan een slechte luchtcirculatie in het hok. 

 

Wat is je mening over onze club? 

Het leuke van onze club is dat er zoveel verschillende liefhebbers zijn, die elk op eigen wijze met de duivensport bezig zijn. Er zijn superfanatiekelingen, waaronder ik mezelf ook wel een beetje reken, alhoewel ik niet persé elke vlucht mee hoef te doen, en leden die het leuk vinden om elke week of zo af en toe enkele duiven in te korven, maar niet de ambitie hebben om kampioen te worden. Daarnaast kennen we ook enkele uitgesproken overnachtfondspelers, die zich helemaal toeleggen op deze discipline. Dus elk wat wils en voor mij moet het ook zo blijven. Ik hoop wel dat, bij een teruglopend ledenaantal en toenemende vergrijziging alle leden hun steentje zullen bijdragen om de lusten en de lasten van onze mooie hobby ook samen te delen. 

 

Hoe ziet je de toekomst van de duivensport in het algemeen? 

Ik zie het ledental, landelijk gezien maar ook in onze vereniging, de komende jaren nog zeer sterk teruglopen. De tijdsinvestering, gebondenheid aan huis en toenemende kosten zullen een toenemend aantal leden doen besluiten te stoppen. Daar komt nog bij dat de duivensporters in het algemeen niet gauw warm lopen voor verandering en vernieuwing. Men is behoorlijk conservatief en gericht op eigen belang. Meer nadruk leggen op specialisme en afstappen van de overvolle vluchtprogramma’s zal nodig zijn om leden te behouden. Verder zal er landelijk via TV-programma’s en lobby met de media meer publiciteit gezocht moeten worden naast het promoten van de hobby vanuit de plaatselijke verenigingen. Zoals we hier in Twello bezig zijn met schoolprojecten, affiches, wekelijkse stukjes in de krant en het aanwezig zijn op evenementen, ook dat zal een impuls geven om de sport en ons enthousiasme voor de duiven breder onder de aandacht te brengen.

Bram bij het duivenhok (3)

Bram bij het duivenhok (3)

 

Welke kweekmethode volgt je? Lijnenteelt, kruisingen? 

Ik heb een lichte voorkeur voor lijnenteelt. Waarom? Ik denk daarmee op termijn in de breedte een sterkere vlieg- en kweekploeg te krijgen, maar of dit werkelijk zo is?? De alom gepropageerde methode van goed x goed volg ik ook zoveel mogelijk, maar daarbij let ik wel op de afstammingslijnen. Ik volg daarbij bij voorkeur de kweekmethode waarbij de vader van de duivin verwant is met de moeder van de (aan deze duivin gekoppelde) doffer. Ook houd ik de doorgaande lijn - doffer, duivin, doffer, duivin - in de gaten. Dit in verband met de overerving van het X-chromosoon waarvan men beweert dat hieraan bijzondere (vlieg- en kweek)eigenschappen verbonden zijn. 

 

Hoe staat je tegenover het veelvuldig wegbrengen van oude en jonge duiven, niet alleen als africhting maar ook doordeweeks? 

Op de vitesse en in het begin met de jonge duiven denk ik dat het veelvuldig wegbrengen zeker leidt tot betere prestaties. Ik zie dit als een vorm van conditionering waarbij de duif leert om ‘automatisch’ de kortste lijn aan te houden. Het kan in het begin van het seizoen ook helpen om de duiven aan het vliegen te krijgen en houden. 

 

Bij sommige clubs is de regel ingevoerd, dat voor het seizoen elke liefhebber verplicht is om duiven en mest aan een medisch onderzoeken te onderwerpen. Vind je dit een goede maatregel, die ook bij SV ingevoerd zou moeten worden? 

Een verplicht mestonderzoek en het maken van enkele uitstrijkjes ter controle van trichomoniase, hexamitiase en kropslijmvliesontstekingen zou aan het begin van het seizoen even verplicht moeten zijn als de enting tegen paramixo. 

 

Wat wil je verder nog kwijt? 

Ik hoop dat veel leden met name in het winterseizoen actief meedenken met het wel en wee van onze vereniging en dat er in een open discussie nagedacht wordt over vernieuwingen en verbeteringen om de sport voor zoveel mogelijk liefhebbers aantrekkelijk te houden. 

   
© Bram Scherpenzeel